Rodelaan circa 1930 (foto: Haags Gemeentearchief).
Rodelaan circa 1930 (foto: Haags Gemeentearchief).
historisch leven langs de vliet

Vuilstortplaats Rodelaan

Historie 329 keer gelezen

Voorburg - Het afvalprobleem is niet van deze eeuw. Ook in vorige tijden moesten huis- en fabrieksafval ergens gedumpt worden. Halverwege de jaren 50 kwam sluiting van de vuilstortplaats aan de Rodelaan in de gemeenteraad ter sprake. Het idee van compostering van het afval leek de toekomst de hebben.

Door F.J.A.M. van der Helm

Huisafval werd in vroegere eeuwen gewoon verbrand op het eigen erf en afvalstoffen van het menselijk lichaam kwamen rechtstreeks in de sloot terecht. Eind jaren 50 zagen steeds meer vuilverbrandingscentrales het leven. De grote steden namen hierbij het voortouw. De rijksoverheid inventariseerde hoe het op het platteland zat met de vuilverwerking.

Het huisvuil van zowel Rijswijk als Voorburg werd gestort in een vijver nabij de Rodelaan, doch deze put zou weldra volgestort zijn, zo concludeerde de gemeente in 1957. Het was daardoor noodzakelijk om een andere vuilstortplaats te vinden of een andere manier van vuilverwerking. De economische vooruitgang zorgde voor een groeiende afvalberg. Steeds meer etenswaren als koffie, melk, suiker kwamen in verpakte vorm uit de fabriek met het gevolg dat na gebruik de verpakking werd weggegooid. Het bleef niet alleen bij de verpakking van primaire levensmiddelen, het plastic zette voorzichtig de eerste schreden op de markt en zou weldra voor grote milieuproblemen gaan zorgen.

In 1956 schreef Voorburg voor het eerst dat het omwille van de gezondheid en de landbouw interesse had in compostering van huisvuil. Enkele jaren later werd de stichting ‘Compost’ uit Amsterdam gevraagd om vrijblijvende plannen uit te werken voor een compostinstallatie volgens de raspmethode. De installatie was aanvankelijk bestemd voor het verwerken van Voorburgs afval. Later zou Leidschendam zich erbij aan kunnen sluiten. Rijswijk had meer belangstelling voor een raspfabriek met de gemeente Delft. De ontwikkelingen volgden elkaar in razendsnel tempo op. De afvalproblematiek dreigde dermate grote vormen aan te nemen dat het onmogelijk was om deze per gemeente aan te pakken. Plannen gingen even snel van tafel als ze erop waren gekomen. Ondertussen stond bij Voorburg een bedrag van 850.000 gulden op de begroting van 1958 voor de investering in een composteerfabriek. Een jaar later was dat bedrag 400.000 gulden.

Steeds vaker verschenen er rapporten over het verbranden van huisvuil en hoe dat omgezet kon worden in energie waardoor onze steenkolen konden worden vervangen. Al het huisvuil in de oven en de vrijgekomen energie gebruiken voor verwarmingsdoeleinden. Zo dacht men nog vóór de ontdekking van de aardgasbel.

De Haagse gemeenteraad besloot in 1958 te komen met een eigen verbrandingscentrale, omdat het vervoer naar de centrale in het Drentse Wijster te duur was. Eventueel zou Voorburg van de Haagse centrale gebruik kunnen maken. Voorlopig was het nog niet zover; de Voorburgse gemeenteraad besloot in 1960 gebruik te maken van de gemeentelijke stortplaats in Rijswijk.

Meer info en reacties bij helmhuis@ziggo.nl.

Uit de krant